Het initiatielied van een pygmeeënvolk

Gerelateerde afbeelding

Tussen twee haakjes: wolven – of in elk geval hun achterneven, de honden -zijn geen hopeloos geval. Het bedrijfNo More Woof ontwikkelt nu een helm waarmee hondenervaringen kunnen worden uitgelezen. De helm monitort de hersengolven van de hond en vertaalt die met behulp van computeralgoritmen naar zakelijke energie simpele gevoelens, zoals ‘ik ben boos’, in mensentaal. Nog even en je hond heeft zijn eigen Faceb ook- of Twitteraccount -misschien wel met meer likes en volgers dan jij.)
Het dataïsme is liberaal noch humanistisch. Het is echter belangrijk om te weten dat het dataïsme ook niet antihumanistisch is. Het heeft niets tegen menselijke ervaringen. Het hecht er alleen geen intrinsieke waarde aan. Toen we de drie voornaamste humanistische sektes bekeken, vroegen we welke ervaring het waardevolst is: luisteren naar de Vijfde Symfonie van Beethoven, naar Chuck Berry, naar het initiatielied van een pygmeeënvolk of naar het gehuil van een loopse wolf. Een dataïst zou dit een heel ondoordachte vraag vinden, omdat muziek beoordeeld moet worden aan de hand van de data die ze bevat, niet de ervaring die ze teweegbrengt. Een dataïst zou bijvoorbeeld kunnen verklaren dat de Vijfde Symfonie veel meer informatie in zich bergt dan het pygmeeënlied, omdat er meer akkoorden en toonschalen in zitten en omdat ze de dialoog aangaat met veel meer muzikale stijlen. Daaruit volgt  zakelijke energie vergelijken dat je veel meer rekenkracht nodig hebt om de Vijfde Symfonie te ontcijferen en daar veel meer kennis aan ontleent. Muziek is in dit wereldbeeld niet meer dan een verzameling wiskundige patronen. Wiskundigen kunnen elk muziekstuk beschrijven, evenals de relaties tussen twee willekeurige stukken. Je kunt dus de exacte datawaarde van elke symfonie, elk lied en elke dierenkreet meten en zo bepalen welke daarvan de rijkste informatiebron is. De ervaringen die ze teweegbrengen bij mensen of wolven doen er niet echt toe. Het is natuurlijk zo dat menselijke ervaringen de laatste 70.000 jaar of daaromtrent de efficiëntste dataverwerkende algoritmen in het universum waren en daarom was er ook reden te over om ze te verheerlijken. Alleen zouden we binnenkort het punt kunnen bereiken waarop die algoritmen worden overtroffen en zelfs een blok aan ons been worden. Sapiens zijn tienduizenden jaren geleden geëvolueerd op de Afrikaanse savanne en hun algoritmen zijn gewoon niet gebouwd op het bijhouden van eenentwintigste-eeuwse dataflows. We kunnen natuurlijk proberen het menselijke gegevensverwerkingssysteem te upgraden, maar wellicht is dat niet genoeg. Het Internet der Dingen zou al heel gauw zulke gigantische en snelle dataflows kunnen genereren dat zelfs geüpgradede menselijke algoritmen die niet aankunnen. Toen paardenkoetsen werden vervangen door auto’s hebben we de paarden niet geüpgraded, die hebben we met pensioen gestuurd. Misschien wordt het tijd om met Homo sapiens hetzelfde te doen. Het dataïsme benadert de mensheid zuiver doelmatig en bepaalt de waarde van menselijke ervaringen naar gelang hun functie in dataverwerkingsmechanismen. Als we een algoritme ontwikkelen dat dezelfde functie beter vervult, zullen menselijke ervaringen hun waarde verliezen. Dus als we niet alleen taxichauffeurs en artsen, maar ook juristen, dichters en musici kunnen vervangen door superieure algoritmen, waarom zou
400
HET DATAGELOOF
den we er dan mee zitten dat deze programma’s geen bewustzijn en geen subjectieve belevingswereld hebben? Als sommige humanisten de menselijke beleving blijven ophemelen, zouden dataïsten dat afdoen als sentimentele quatsch. ‘De beleving die je bewierookt is gewoon een verouderd biochemisch algoritme. Op de Afrikaanse savanne was dat algoritme 70.000 jaar geleden het nieuwste van het nieuwste. Zelfs in de twintigste eeuw was het nog van vitaal belang voor het leger en voor de economie. Maar nog even en we hebben veel betere algoritmen.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *